Een opbouw exporteren
Exporteren is iets anders dan bewaren. Bij exporteren wordt er op de schijf een kopie van het bestand aangemaakt, terwijl het oorspronkelijke bestand op het scherm geopend blijft. Als het nieuwe bestand in een andere structuur wordt geëxporteerd, gaan de bij OmniOutliner horende opmaakinstellingen verloren.
Voor de exportstructuur van tekst-, RTF- en Apple Keynote-bestanden zijn in de voorkeuren van OmniOutliner instellingen opgenomen, zodat u kunt opgeven hoe een opbouw in de geëxporteerde structuur moet worden weergegeven.
De volgende bestandsstructuren zijn beschikbaar:
OmniOutliner 3
,
OmniOutliner 3-sjabloon en OPML (Outline Processor Markup Language)
zijn bestandsstructuren waarin een opbouw ook kan worden bewaard.
OmniOutliner 2
Bij export naar de structuur van versie 2 gaan de opmaakinstellingen die specifiek zijn voor versie 3 verloren.
Apple Keynote
Hiermee wordt de kolom Onderwerp van uw opbouw omgezet in een Apple Keynote-presentatie. Bij het exporteren naar Keynote, krijgt ieder onderdeel van het topniveau (niveau 1) uit de opbouw, een eigen item transparant met de onderliggende niveaus als opsommingstekens. Open de geëxporteerde Keynote-presentatie om deze aan te passen of om er een thema op toe te passen.
MS Word 2007 (docx)
Hiermee wordt de linkerkolom van uw opbouw een bestand dat u kunt openen in MS Word 2007 in Windows en in MS Word 2008 voor de Mac.
Platte tekst (vaste breedte)
Hiermee wordt de opbouw een tekstbestand waarin alle kolommen dezelfde breedte krijgen. Instellingen voor het exporteren naar platte tekst vindt u in de
Tekstimport- en exportvoorkeuren
.
U kunt kiezen welke kolommen u wilt exporteren en op welke breedte. Selecteer
Archief ‣ Pagina-instelling...
Selecteer vervolgens in het venstermenu
Instellingen
de optie
OmniOutliner
en klik op de tab
Kolommen
. Klik dubbel op een kolombreedte om deze te wijzigen.
Platte tekst (met tabs)
Hiermee wordt de opbouw een tekstbestand waarin de kolommen worden gescheiden door tabs. Dit ziet er misschien niet direct fraai uit, maar veel programma's kunnen eenvoudig tekstbestanden met tabs als scheidingsteken importeren. Instellingen voor het exporteren naar platte tekst vindt u in de
Tekstimport- en exportvoorkeuren
.
Platte tekst (MORE 3.1)
Hiermee wordt de opbouw een tekstbestand dat kan worden gelezen door het opbouwprogramma MORE 3.1. Instellingen voor het exporteren naar platte tekst vindt u in de
Tekstimport- en exportvoorkeuren
.
Tekenreeksbestand
Hiermee wordt de opbouw een RTF-bestand met linialen en Unicode-tekens. TextEdit en
Microsoft® Word
zijn veelgebruikte programma's waarin met RTF-bestanden kan worden gewerkt. Instellingen voor het exporteren van RTF-bestanden vindt u in de
RTF-export-voorkeuren
.
RTFD (Rich Text Format met bijlagen)
Rtf-bestanden kunnen bestandsbijlagen bevatten. Als u deze optie kiest, bevat het geëxporteerde bestand dezelfde bestandsbijlagen als de opbouw. Instellingen voor het exporteren van RTF-bestanden vindt u in de
RTF-export-voorkeuren
.
HTML (Dynamisch)
Hiermee krijgt de geëxporteerde opbouw de structuur van een hypertext-document. Het document wordt voorzien van JavaScript-functionaliteit zodat onderdelen kunnen worden uit- of samengevouwen door op de bijbehorende grepen te klikken.
HTML
Hiermee krijgt de geëxporteerde opbouw net zoals bij de dynamische HTML-export wel de structuur van een hypertext-document, maar zonder de JavaScript-functionaliteit waardoor onderdelen kunnen worden uit- of samengevouwen.
HTML (MS Word)
Hiermee krijgt de geëxporteerde opbouw de structuur van een hypertext-document dat vergelijkbaar is met het soort dat in
Microsoft® Word
wordt gebruikt.